SERVICEMONTEUR ELEKTROTECHNIEK

De servicemonteur elektrotechniek werkt bij productie-, installatie en servicebedrijven. Hij verhelpt storingen aan elektrotechnische apparatuur en installaties, zoals (productie)machines, consumentenelektronica, kantoormachines en elektrotechnische gebruiksgoederen. Machines kennen doorgaans een combinatie van elektrotechnische, mechanische, besturingstechnische en communicatieve functies. Voorbeelden zijn productiemachines, liftinstallaties en railvoertuigen. Wanneer de servicemonteur aan alle functies van zo’n machine werkt wordt in dit kwalificatiedossier gesproken van context “mechatronica”. Wanneer de servicemonteur werkt aan elektro-, meet- en regeltechnische installaties in de (proces)industrie wordt in dit kwalificatiedossier gesproken van context “instrumentatie”. Voor deze contexten zijn aanvullende vakkennis en vaardigheden genoemd.

Hij werkt meestal bij de (in- of externe) klant. Indien mogelijk wordt de apparatuur, of worden de componenten, in een servicewerkplaats gerepareerd. Daarnaast verricht hij onderhoud en brengt modificaties aan in genoemde machines, apparatuur en installaties. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en omvang, gewicht, complexiteit van de apparatuur e.d. kan dit zowel bij de klant als in een servicewerkplaats gebeuren.

De servicemonteur elektrotechniek beschikt over verantwoordelijkheidsgevoel. Hij streeft een goede kwaliteit van zijn eigen werk na, handelt adequaat bij werkopdrachten die onvolledig zijn of uitgaan van onjuiste veronderstellingen en werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Hij werkt netjes, levert kwalitatief goed werk dat voldoet aan de eisen en wensen van de klant en laat nooit een onveilige situatie achter.

Daarnaast voert hij zijn werk zelfverzekerd uit en neemt hierbij initiatieven. Hij is besluitvaardig en betrouwbaar. Hij meldt tijdig uitloop en problemen. Hij vraagt hulp als hij er niet uitkomt. Hij deelt met zijn collega’s de “nieuwe” ervaringen die nuttig of belangrijk zijn om te weten. Hij heeft een dienstverlenende, correcte en klantgerichte instelling. Hij kan goed contact onderhouden met klanten (particulieren én bedrijven)

De servicemonteur elektrotechniek is uitvoerend en werkt zelfstandig. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn werk. Hij werkt onder leiding van een uitvoerder of opzichter, alleen, samen met een collega of in een ploeg. Hij organiseert werkzaamheden op de werklocatie en speelt –binnen grenzen– in op wisselende/onverwachte omstandigheden. Als hij minder ervaren collega’s begeleidt, is hij verantwoordelijk voor de veiligheid en hygiëne van hun werkplek en het resultaat van hun werk. Hij werkt volgens arbovoorschriften en geldende bedrijfsregels. Het werken aan de apparatuur en installaties brengt een zeker afbreukrisico met zich mee omdat de apparatuur en installaties van economisch belang zijn voor de klant en hersteltijd over het algemeen ten koste gaat van de productie. Bij consumentenapparatuur beïnvloedt de hersteltijd de klantentevredenheid.

De servicemonteur elektrotechniek werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van algemene kennis en vaardigheden op het gebied van elektrotechniek. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.

De complexiteit van de werkzaamheden van de servicemonteur elektrotechniek wordt vooral bepaald door de volgende factoren:

• onduidelijke informatie over de storing;

• de omvang van het werkproces;

• het benodigde procesmatig inzicht;

• diversiteit aan klanten en omgeving waar hij werkt. Zeker wanneer hij in dienst is bij een service contractor komt hij bij verschillende bedrijven, waardoor de werkomstandigheden variëren. Ook servicemonteurs van huishoudelijke en kantoorapparatuur hebben te maken met een grote diversiteit aan klanten en omgeving;

• de diversiteit aan apparaten, installaties en producten waaraan wordt gewerkt;

• de specifieke veiligheidsomstandigheden van elke situatie;

• werken in de nabijheid van onder spanning staande delen;

• de technische complexiteit van producten;

• het maken van de juiste afweging tussen (te) lang naar een storing zoeken of een meer ervaren collega inschakelen;

• de afweging of een onderdeel gerepareerd kan worden dan wel dat

vervanging van het onderdeel vanuit kostentechnisch oogpunt wenselijk is;

• het voorkomen van beschadigingen aan de grote hoeveelheid, vaak zeer kleine onderdelen binnen de producten.

Afbreukrisico’s liggen met name in het verkeerd interpreteren van tekeningen, onnauwkeurig en onzorgvuldig werken en het niet alert zijn op afwijkingen en knelpunten.

KERNTAKEN EN WERKPROCESSEN

Inspecteert apparatuur/installaties

  • Voorbereiden van inspectie
  • Uitvoeren van visuele inspectie
  • Nemen van voorzorgsmaatregelen
  • Uitvoeren van metingen en testen
  • Rapporteren inspectie
  • Instrueren en begeleiden minder ervaren collega’s

Optimaliseert apparatuur/installaties

  • Voorbereiden werkzaamheden
  • Nemen van voorzorgsmaatregelen
  • Lokaliseren en analyseren van (oorzaak) storing
  • Vaststellen van (aard en omvang van) uit te voeren werkzaamheden
  • Herstellen, verwijderen en monteren van componenten
  • Testen van uitgevoerde werkzaamheden
  • Instrueren en begeleiden minder ervaren collega’s

Maakt apparatuur/installaties gebruiksklaar

  • Inregelen en controleren van apparatuur/installaties
  • Rapportage werkzaamheden
  • Overdragen aan de klant
  • Instrueren en begeleiden minder ervaren collega’s

ARBEIDSVOORWAARDEN

Vijf dagen per week salaris conform de CAO van het Technisch Installatiebedrijf. Er wordt een Persoonlijk Ontwikkelingsplan gemaakt. Alle opleidingskosten worden betaald zoals schoolgeld, boeken en reiskosten.

NIVEAU

3

REGIO

Achterhoek Rivierenland
Brabant-Zeeland
Midden
Noord-Holland
Noord-Oost & Flevoland
Zuid Holland
Zuid Oost

Aanmelden
Dé opleider in de
Elektro- en Installatietechniek