SERVICE TECHNICUS INSTALLATIETECHNIEK

De Service technicus Installatietechniek werkt aan nieuwe en bestaande installaties, ten behoeve van:

  • centrale verwarming- en klimaatsystemen
  • luchtbehandeling- en airconditioningsystemen
  • gas- en stookinstallaties
  • sanitaire- en drinkwatersystemen

De servicetechnicus installatietechniek beschikt over verantwoordelijkheidsgevoel. Waar het gaat om het gebruik van gebouwinstallaties, interpreteert hij de belangen van de opdrachtgevers binnen de kaders van wet- en regelgeving flexibel. Hij levert kwalitatief goed werk dat voldoet aan de eisen en wensen van de klant en laat nooit een onveilige situatie achter. Hij lost conflictsituaties op waarbij hij zowel het belang van de klant als van zijn bedrijf in het oog houdt.

De service technicus installatietechniek is zelfverzekerd, betrouwbaar en heeft autoriteit. Hij deelt met zijn collega’s de “nieuwe” ervaringen die nuttig of belangrijk zijn om te weten.

De service technicus installatietechniek is uitvoerend en adviserend en verricht vooral solistisch specialistisch werk. Hij is volledig zelfstandig en verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van zijn eigen takenpakket zonder –tussentijds– verantwoording af te leggen aan een leidinggevende. Bij onbekende situaties zoekt hij binnen de mogelijkheden naar passende oplossingen.

Als de servicetechnicus installatietechniek stookinstallaties onderhoudt en/of inspecteert is hij verantwoordelijk voor de waarnemingen, de beslissingen en de registratie van de bevindingen, ook als hij zich laat assisteren door niet gekwalificeerde collega’s. Hij speelt in op wisselende en onverwachte omstandigheden tijdens de uitvoering van zijn werk. Hij werkt volgens arbovoorschriften en geldende bedrijfsregels.

De servicetechnicus installatietechniek rapporteert zodanig dat ontwerpers en onderhoudsmanagers voldoende gegevens hebben om passende voorstellen te kunnen formuleren aan de opdrachtgever of controlerende instanties.

Als hij minder ervaren collega’s begeleidt, is hij verantwoordelijk voor de veiligheid en hygiëne van hun werkplek en daarnaast voor de planning en het resultaat van hun werk. Hij is eindverantwoordelijk voor het opleveren van de apparatuur, machines of installatie. Hij legt verantwoording af aan zijn leidinggevende.

Het werken aan de apparatuur en installaties brengt een (groot) afbreukrisico met zich mee omdat de apparatuur en installaties van economisch belang zijn voor de klant en niet verwarmde gebouwen een onwerkbare situatie opleveren.

De servicetechnicus installatietechniek heeft een diversiteit aan werkzaamheden. Hij werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van specialistische kennis van en vaardigheden voor uitoefening van het beroep en theoretische kennis op het gebied van installatietechniek. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.

De complexiteit van de werkzaamheden van de servicetechnicus installatietechniek wordt vooral bepaald door de volgende factoren:

• de noodzaak om standaarden aan te passen of nieuwe te maken;

• de toepassing, uitvoering en omvang van gebouwinstallaties kunnen erg verschillen en heel specifiek zijn (installaties en regelingen kunnen heel complex zijn);

• bepaalde installaties kunnen, afhankelijk van hun toepassing, niet zondermeer buiten bedrijf gesteld worden;

• de eigenschappen van elkaar onderling beïnvloedende soorten installaties;

• aanwijzingen, metingen en waarnemingen moeten door redeneren, combineren en procesmatig abstract denken zelfstandig worden omgezet in oplossende handelingen;

• vaak beperkte informatie en tijd (daar waar het om storingen gaat);

• werkvolgorde aanpassen aan het bedrijfsproces van (de installatie van) de klant;

• (creatief) oplossen van niet standaard problemen.

KERNTAKEN EN WERKPROCESSEN

Inspecteert apparatuur/installaties

  • Voorbereiden van inspectie
  • Uitvoeren van visuele inspectie
  • Nemen van voorzorgsmaatregelen
  • Uitvoeren van metingen en testen
  • Rapporteren inspectie
  • Instrueren en begeleiden minder ervaren collega’s.

Optimaliseert apparatuur/installaties

  • Voorbereiden werkzaamheden
  • Nemen van voorzorgsmaatregelen
  • Lokaliseren en analyseren van (oorzaak) storing
  • Vaststellen van (aard en omvang van) uit te voeren werkzaamheden
  • Herstellen, verwijderen en monteren van componenten
  • Testen van uitgevoerde werkzaamheden
  • Instrueren en begeleiden minder ervaren collega’s

Maakt apparatuur/installaties gebruiksklaar

  • Inregelen en controleren van apparatuur/installaties
  • Rapportage werkzaamheden
  • Overdragen aan de klant
  • Instrueren en begeleiden minder ervaren collega’s

ARBEIDSVOORWAARDEN

Vijf dagen per week salaris conform de CAO van het Technisch Installatiebedrijf. Er wordt een Persoonlijk Ontwikkelingsplan gemaakt. Alle opleidingskosten worden betaald zoals schoolgeld, boeken en reiskosten.

NIVEAU

4

REGIO

Achterhoek Rivierenland
Brabant-Zeeland
Midden
Noord-Holland
Noord-Oost & Flevoland
Zuid Holland
Zuid Oost

Aanmelden
Dé opleider in de
Elektro- en Installatietechniek